Als kind speelde ik vaak verhalen na. Ik maakte brandnetelsoep zoals Otje, was overijverig zoals Hermelien Griffel en klom in bomen zoals Ronja de roversdochter. Geen wonder dat ik jeugdauteur ben geworden. Zo schreef ik enkele spannende Vlaamse Filmpjes en mijn eerste jeugdboek De verdwenen medaille.
Al meer dan tien jaar werk ik als leerkracht Nederlands voor anderstaligen en ik zou niets anders willen doen. De dankbaarheid en voldoening zijn groot.
In het weekend of tijdens vakanties ga ik graag op stap met mijn gezin. Onze dochter houdt van paardrijden, voor haar schreef ik een verhaal over een magisch paard. Je kan het terugvinden in Het Supercoole Supergrappige Superheldenboek 2.
In 2025 verscheen Honderd dagen, mijn eerste young adult over vier jongeren die samen de laatste honderd dagen van het middelbaar beleven.


Wil je me graag uitnodigen voor een (gesubsidieerde) lezing in jouw school of organisatie? Neem dan een kijkje op https://www.auteurslezingen.be/sarah-verhasselt
Interview met mezelf (omdat ik de vragen van Proust ook graag eens beantwoord)
Wat is je belangrijkste karaktertrek? Mijn doorzettingsvermogen. Op zich heb ik niet zoveel talenten, maar met een sterke wil geraak je ook al ver.
Wat waardeer je het meest in je vrienden? Humor en een luisterend oor.
Wat is je voornaamste tekortkoming? Ongeduld. Ik weet het, geen goede eigenschap voor een leerkracht en een schrijfster! En twijfelen over mezelf, alles in vraag stellen.
Je liefste bezigheid? Lezen en me van niets iets aantrekken. En verhalen bedenken, natuurlijk.
Jouw droom van geluk? Opstaan in een huis met een slapende man en dochter, om dan met een koffie te gaan schrijven terwijl de zon opkomt. Ontbijt maken.
Wat zou je willen zijn? Ik zou, naast een succesvolle jeugdauteur, een handig persoon willen zijn: een kok of een tekenaar. Iemand die met zijn of haar handen het leven mooier kan maken.
In welk land zou je het liefst wonen? Ik weet uit ervaring dat ergens anders wonen niets voor mij is. Daarom blijf ik het liefst met mijn voetjes op Belgische bodem. Maar een huisje in de Ardennen of aan zee zie ik wel zitten.
Wat is je lievelingskleur? Blauw, in alle facetten.
Van welke bloemen hou je? Van de witte rozen in onze voortuin. Van lavendel en margrieten.

Wie is je favoriete schrijver? Waar zal ik beginnen? Een poging, met het risico om veel auteurs over het hoofd te zien: Astrid Lindgren, Thea Beckman, Anna Woltz, Karel Verleyen, J.K. Rowling, Cynthia Voigt, Roald Dahl, Aidan Chambers, Clémentine Beauvais, Amélie Nothomb, Philippe Claudel, Elena Ferrante, W.F. Hermans, Gustave Flaubert, …
Naar welke muziek luister je het liefst? Naar verschillende soorten muziek, hoewel ik weinig van muziek ken. Ik vind Nederlandstalige muziek met spitsvondige teksten wel fijn, zoals de muziek van Yevgueni, De Mens en Bart Peeters.
Van welke kunst hou je? Ik hou van 19e-eeuwse schilderkunst, met de romantiek, het realisme en het impressionisme. Ook ben ik een fan van René Magritte.
Wat verafschuw je boven alles ? Wantrouwen/ argwaan. Het kan leiden tot vooroordelen, racisme, gierigheid…
Welke (historische) figuur verafschuw je het meest ? Allerlei alfamannetjes zoals Napoleon, Hitler en Trump.
Welke gave van de natuur zou je het liefst willen bezitten ? Ik zou graag uit mezelf willen vliegen. Voor heel even.
Hoe zou je willen sterven? Oud en versleten. Slapend in een bed, omringd door de mensen van wie ik hou.
Welke tekortkomingen vergeef je het snelst? Gulzigheid, want het is soms moeilijk om jezelf altijd onder controle te houden.
Wat is je lijfspreuk? ‘Vouloir fermement, c’est pouvoir.’ (Victor Hugo)

